Ouderenzorg

In vergelijking met jongere volwassenen zijn problemen bij ouderen vaak anders van aard en ernst. De laatste jaren zet de vergrijzing (meer ouderen) door. Hierdoor neemt de vraag naar zorg toe.
Vaak zijn deze vragen meer gevarieerd (hoe ouder we zijn, hoe unieker) en soms ingewikkelder omdat zich verschillende veranderingen tegelijkertijd kunnen voordoen.
Op latere leeftijd hebben we vaak meer levenservaring en inzicht, maar tegelijkertijd zijn we kwetsbaarder voor verlies, lichamelijke achteruitgang of beperking.

gerontologieMet het ouder worden treden er lichamelijke en sociale veranderingen op met allen een eigen problematiek.
Problemen die kunnen spelen zijn: veranderd levensperspectief, levensfaseproblemen: groot aantal verliezen: fysiek, sociaal en interpersoonlijk, eenzaamheid, isolement, aanwezigheid van een chronische ziekte, geheugenproblemen of problemen of zorgen met kinderen of kleinkinderen, leren omgaan met de snel veranderende maatschappij, bijvoorbeeld ICT en internet.

Cognitieve gedragstherapie (CGT) lijkt een redelijk effectieve behandeling voor depressie en angststoornissen bij relatief gezonde, zelfstandig wonende ouderen te zijn. Volgens onderzoekers komen angst en depressie veel voor bij ouderen en worden de problemen nauwelijks door deskundigen of de omgeving opgemerkt of gediagnosticeerd.

Indien een angststoornis of depressie is gediagnosticeerd heeft medicatie-behandeling zonder psychotherapie vaak geen goed resultaat. Afhankelijk van de uitslag van het psychologisch onderzoek worden medicatie en CGT vaak in combinatie toegepast. Dit geeft vaak betere resultaten op langere termijn.

old-loveDe effectiviteit en toepasbaarheid lijkt echter wel minder optimaal dan bij mensen van jongere leeftijd. Mogelijk zijn er aanpassingen nodig om de behandeling beter te laten aansluiten bij een oudere populatie. vCita Psychologie heeft op enkele locaties ouderenpsychologen in de praktijken beschikbaar. Aanpassingen die in de klinische praktijk en in onderzoek veelvuldig naar voren gebracht worden zijn;

1. Meer aandacht voor psycho-educatie (voorlichting) en uitleg over de behandeling.

2. Meer aandacht voor motivatie verhogende technieken.

3. Het gebruik van leer- en geheugen steuntjes.

4. Meer zittingen dan gebruikelijk bij bestaande CGT protocollen voor jongere volwassenen.

5. Wekelijks telefonisch contact met de therapeut tussen de zitting waarin geïnformeerd wordt naar het huiswerk.

6. Indien nodig behandeling thuis of in de huisartspraktijk door een eerstelijnspsycholoog in plaats van in een gespecialiseerde GGZ-instelling.

7. Het gebruik van minder beladen termen; spanning i.p.v. angst, cursus i.p.v. psychotherapie.

8. Het inschakelen van de partner of andere belangrijke personen in de omgeving.